De tussenbalans Snekerclubs van 2025-2026

Nu alle Sneker clubs aan de winterstop zijn begonnen, is het net als in andere jaren tijd om de balans op te maken. Die laat zien dat met ONS Sneek, Waterpoort Boys en ONS Sneek o.23 drie clubs/teams in de onderste regionen bivakkeren, hetgeen in het geval van de beloften van ONS Sneek zelfs tot degradatie leidde. In tegenstelling tot de hiervoor genoemde clubs/teams draaien Sneek Wit Zwart en LSC 1890 wel bovenin mee, al zijn de resultaten bij zowel de mannen van Tinga als bij die van de Leeuwarderweg wisselvallig. De prestaties van de clubs die in het toernooi om de districtsbeker noord nog van de cup met de grote oren mogen dromen, zijn daarentegen constant, want zowel ONS Sneek als Sneek Wit Zwart mag zich bij het afscheid van het jaar 2025 achtste finalist noemen.


ONS Sneek

​4e divisie D
Competitie: dertiende plaats met 15 punten uit 15 duels
​Beker: achtste finalist

De rentree op landelijk niveau werd voor ONS Sneek met een meer dan verdienstelijke zesde plaats een seizoen om in te lijsten. Dat gebeurde met fris aanvallend voetbal en met ….. veel, heel veel tegentreffers. Het leidde ertoe dat het accent dit seizoen meer op de verdediging kwam te liggen. Daarbij schoof de aanvallend ingestelde Geoffrey Eekhof een linie op met Mounir Loolofs als back-up. Verder werd voor de laatste lijn een dubbel slot ongebouwd, terwijl de “Abwehr” bij het begin van het seizoen werd versterkt met Lucas Bijker.

Dat alles heeft in ieder geval rendement opgeleverd. Wanneer namelijk het aantal tegentreffers van nu – twintig – wordt geëxtrapoleerd dan komt de som der delen uit op ongeveer zestig procent van het aantal, dat de ploeg vorig seizoen incasseerde. Met één van de minst gepasseerde defensies in de vierde divisie – alleen NEO, AZSV en SDV Barneveld kregen er minder tegen – mag die aanpassing dan ook geslaagd worden genoemd. 

​”Luchtbedeffect”
Het heeft er echter alle schijn van dat die aanpassing een “luchtbedeffect” heeft. Waar het probleem aan de ene kant de kop is ingedrukt, lijkt het aan de andere kant de kop op te steken. Dan hebben we het over de productie van de Snekers die met vijftien goals in vijftien wedstrijden – waarvan vijf in speelronde één – niet echt aan de norm voldoet. Ter illustratie: vorig seizoen om deze tijd had het spitsenduo Ruben Eijzenga-Arjen Stremler resp. negen en acht treffers achter hun naam staan, terwijl Doede de Jager toen al zes keer doel had getroffen. De teller staat nu op resp. twee, één en nul, waarbij wel opgemerkt moet worden dat De Jager momenteel geen basisspeler meer is.  De meest trefzeker man in oranje is Stephen Adisi die tot nu toe drie keer het net liet trillen.

Italiaans aandoende uitslagen
Over de voorbereiding van ONS Sneek die traditiegetrouw over twee blokken werd verdeeld, viel niet zo veel te melden, zulks in tegenstalling tot de wedstrijden om het Eggie. Eind augustus leek het in speelronde één met een twee-vijf overwinning bij d’Olde Veste ’54 weer business as usual. Nadien won de Koster Klan echter alleen nog van Heino en hekkensluiter HZVV en deelde men zes keer – DETO, Flevo Boys, WHC, PKC ’83, DZC ’68 en AZSV – de punten. Van NEO, Hoogland, SDV Barneveld, Quick ’20, TVC ’28 en SVZW werd verloren, waarbij alleen de thuisnederlaag tegen de formatie uit Tubbergen in de papieren liep. Bij veel van die nederlagen had de Italiaanse  uitslag – en dat gold ook bij een paar remises – ook een andere kunnen zijn.

Medicijn
De realiteit is anders en is er één van de hoek van de klappen. Ballen die er anders ingaan, gaan nu net naast of net over, spelers die er anders gewoon staan, hebben nu ineens pijntjes en spelers die niet spelen, laten doorschemeren dat zij in de belangstelling van andere clubs staan of zelf op zoek zijn naar een nieuwe uitdaging. Het medicijn? Wedstrijden winnen en dat is iets wat ONS Sneek na de winterstop moet doen en het liefst zo snel mogelijk. Anders wordt het wellicht een kwestie van nog meer klappen opvangen.

Kwartfinale lonkt
De klappen in het toernooi om de districtsbeker noord werden daarentegen door de tegenstanders van de oranjehemden opgevangen. De bewoners van “South Park” – vrijgesteld van het spelen van de poulefase – plaatsten zich namelijk vrij eenvoudig voor de achtste finales door achtereenvolgens IJVC, SV Marum en SC Berlikum te verslaan. Nu lonkt voor de Sneker vierde divisionist de kwartfinale, maar dan moet men nu wel in Hoogeveen met klasgenoot en hekkensluiter HZVV zien af te rekenen.

LSC 1890 
2e klasse H – zondag
Competitie: vierde plaats met 17 punten uit 10 duels
​Beker: uitgeschakeld in de poulefase

LSC 1890 kende vorig seizoen een sterke tweede seizoenshelft, waarin men maar “krekt” een ticket voor de postnatale strijd om promotie naar de eerste klasse misliep. Dat gebeurde na een niet al te best begin, waarbij men als gevolg van blessures moest improviseren en als ploeg in nood aan de kerstdis ging. Nu verloopt de eerste seizoenshelft aanmerkelijk beter, al is het aan de zijde van de blauwhemden af en toe nog wel wisselvallig. Zonder die wisselvalligheid die zich onder meer tegen Peize en Steenwijkerwold openbaarde, had de ploeg van trainer Justin Rienks nu dicht tegen de top aangeschuurd.

In grote lijnen hetzelfde
Rienks doet dat met een formatie die op hoofdlijnen dezelfde is als die van vorig seizoen. Alleen in de verdediging en op het middenveld heeft de jonge oefenmeester een paar veranderingen doorgevoerd. Zo is Arvid Vermeer de linksback en was er in de laatste thuiswedstrijd in de middelste lijn een basisplaats voor Karsten Drenth en voor Jens Knoop. Drenth lijkt de tweestrijd met Quinten Tichelaar – een ander talent uit de blauwe school – voorlopig in zijn voordeel te hebben beslist en Knoop deed het in de laatste thuiswedstrijd tegen Akkrum gewoon prima.

Twee zeperds
In de voorbereiding en met name in de poulefase van de beker verliep het bij de Sneker “Traditionsverein” echter alles behalve prima. Zo werd in de “tarieding” met 4-0 van Workum verloren en liet men die opponent een paar weken later in het onderlinge bekerduel van een drie-één achterstand terugkomen. De remise tegen de roodhemden was by far het beste resultaat in de voorronde van het toernooi om de districtsbeker noord, want tegen Blauw Wit ’34 en Zeerobben kreeg men met acht- en zeven-nul twee keer een behoorlijke zeperd te verwerken.

Uit en in zicht
Met die resultaten op het netvlies keken velen dan ook met angst en beven uit naar de competitie-ouverture, te meer omdat men daarbij bij GSAVV Forward op bezoek ging. De studenten waren vorig seizoen namelijk twee keer de meerdere van de “whizzkids” uit Sneek. LSC 1890 maakte echter met een één-twee zege een einde aan angst en beven, maar kon die goede start een week later tegen GOMOS niet doortrekken. Vervolgens hield men in het huis van VKW iets teveel open huis, waarna men zich met een zege op Valthermond, een bijzonder knap gelijkspel bij Rolder Boys en overwinningen op Oldeholtpade en Musselkanaal weer herstelde.

Daarmee lag de weg naar de top van de ranglijst open, doch die sneeuwde tegen Peize in Anctarctiaanse omstandigheden onder en raakte bij Steenwijkerwold toen men een voorsprong verspeelde, nog verder uit zicht. Die route kwam met een vier-twee overwinning op promovendus Akkrum echter weer een heel klein beetje in het vizier.

​Meer oog voor wat men achterlaat
Die overwinning kreeg overigens pas na rust gestalte, want voor de thee liepen de Snekers twee keer in het spreekwoordelijke mes. Met name bij een snelle omschakeling is de restverdediging bij “the Blues” niet altijd op orde en zijn de Snekers kwetsbaar. Wanneer men in het tweede deel van de competitie iets meer oog heeft voor wat men achterlaat en men tikt aanvallend dan opnieuw een gemiddelde van twee komma zeven goals per wedstrijd aan, dan kan het voor LSC 1890 evenals vorig seizoen een prachtige tweede seizoenshelft worden. 


Sneek Wit Zwart

2e klasse I – zaterdag
Competitie: tweede plaats met 20 punten uit 10 duels
​Beker: achtste finalist

Het eerste seizoen zonder Kevin Huitema, Freerk de Jong en Alwin Velds eindigde mede dankzij een formidabele slotserie met een vierde plaats en de overname van de tweede periodetitel. In de halve finale van de play offs bleek herkanser Heerenveense Boys echter een klein maatje te groot en kwam een vroegtijdig einde aan de aspiraties om naar de eerste klasse terug te keren. 

Dat men bij de tweedeklasser om de prijzen mee wil doen, bleek onder meer uit de “aankopen”. Daarmee kwam men in alle linies ruimer zijn zijn jasje te zitten. Van de nieuwkomers schopte uiteindelijk alleen centrale verdediger Mente de Boer het tot de “Startelf”.. Dat ging ten koste van Joey Westerhof, die later in het seizoen rechtsback Joris Speelman uit de basis verdrong.

Zware dobber
De nederlaag in de nacompetitie deed ons concluderen, dat de stap naar de hoogste districtsafdeling wel eens te groot kon/kan zijn. Die conclusie werd afgelopen zaterdag echter gelogenstraft, want toen bleek Sneek Wit Zwart in de beker beter dan het evenals Heerenveense Boys in de eerste klasse acterende ON Groningen. Die dobber bleek toch niet zo zwaar als verwacht, want de ploeg uit de stad van “ut Peerd” werd vrij eenvoudig met drie-nul geklopt.

De squadra van trainer Sander Hart liet in de poule SC Leovardia en Akkrum achter zich en versloeg in de eerste twee KO-ronden achtereenvolgens vierdeklasser Renado – tien-nul – en vijfdeklasser Blija. Nu wacht de Snekers de achtste finale en daarin is de nummer zes van de vierde divisie i.c. d’Olde Veste ’54 uit Steenwijk de opponent. Hoewel onze voorspelling afgelopen zaterdag door Sneek Wit Zwart naar het rijk der fabelen werd verwezen, durven we het niettemin aan om bij deze opponent toch weer de term “zware dobber” uit de kast te halen.

Wisselvallig
Waar de resultaten van Sneek Wit Zwart in de beker constant zijn, zijn die in de competitie toch een tikkeltje wisselvallig. Zo voldeed men met een doelpuntloos gelijkspel in de laatste thuiswedstrijd tegen hekkensluiter Leeuwarder Zwaluwen niet helemaal of misschien beter: helemaal niet aan het verwachtingspatroon, terwijl de eerdere remise tegen het ook uit Leeuwarden afkomstige FVC ook niet echt als een “Topergebnis” in de boeken werd opgenomen. Mede daardoor werd de eerste seizoenshelft afgesloten met een achterstand van drie punten op VVI, de sterk acterende koploper uit Idskenhuizen.

Die eerste seizoenshelft begon overigens met een ruime overwinning op promovendus Hardegarijp, waarna men in Joure van de eveneens “Aufgestiegen” SC won. In de eerste thuiswedstrijd kwam men tegen voormalig eersteklasser SC Stiens niet verder dan één-één en ook aan de tweede tegen het hiervoor al genoemde FVC hield men niet meer dan een punt over. Vervolgens won men van SC Leovardia, deelde men in de topper met VVI de punten en won men van Workum en van v.v. Heerenveen, waarna Sneek Wit Zwart de periode voor de winterstop afsloot met een moeizaam gelijkspel bij Zeerobben en met de hiervoor al gememoreerde nul-nul tegen de Ljouwerter Sweltsjes.

Ongeslagen
De snelle rekenaar kan daaruit afleiden dat de mannen van de Molenkrite nog steeds ongeslagen zijn. Dat klopt en dat lijkt een prima basis voor langs de lijn deel twee om het vervolg van de competitie zo maar eens aan te duiden. En als men er dan ook nog eens in slaagt om de wisselvalligheid te beteugelen en vermijdbaar puntverlies te vermijden, dan moet Sneek Wit Zwart in onze ogen in staat zijn om tot aan het einde van de rit van 2025-2026 om de prijzen en misschien wel om de belangrijkste prijs mee te doen.

Waterpoort Boys
4e klasse A – zaterdag
Competitie: negende plaats – 10 punten uit 11 duels

Beker: uitgeschakeld in de poulefase 

Nog voordat de nieuwe trainingsballen uit de verpakking waren gehaald, kreeg Waterpoort Boys al met een tegenvaller te maken. Beoogd trainer Patrick de Jong was namelijk genoodzaakt om zijn contract in te leveren, waarna de Sneker volksclub besloot om de technische touwtjes in handen van Robert Minks te geven. Dat werd geen onverdeeld succes, omdat:

  1. het voor de nog onervaren oefenmeester lastig bleek om voormalige ploeggenoten en vrienden te trainen en te coachen;
  2. de wedstrijdselectie om uiteenlopende redenen – met schorsingen als voornaamste oorzaak – bijna wekelijks wisselde en de (gedwongen) afwezigheid van spelers met de (te) smalle selectie niet of nauwelijks viel op te vangen.

Doelstelling
Het personeelsbestand is nog steeds niet uitbundig en de nieuwe technische staf bestaande uit Klaas de Boer en Amin Aabis, moet dan ook dikwijlseen beroep doen op spelers die inmiddels het recreatieve traject zijn ingegaan. Met hen slaagt de trainersstaf er toch steeds in om een representatief en logisch opgebouwd elftal de wei in te sturen, een elftal dat samen met de technische staf als voornaamste opdracht(en) heeft om Waterpoort Boys voor de vierde klasse te behouden en om incidenten waarvan vorig seizoen een aantal keren sprake was,, uit te bannen.

Goed partij
Hoewel er nog meer dan de helft van de duels afgewerkt moet worden, lijkt de frisse wind de gele hesjes goed te doen. Dat bleek al in de beker, toen de geelhemden voormalig tweedeklasser Balk en het vorig seizoen ongenaakbare IJVC goed partij gaven.  Alleen in de laatste wedstrijd tegen Heeg was het niet al te best, al speelde het feit dat er toen voor beide niks meer op het spel stond, ongetwijfeld ook een rol.

Scorend vermogen
Waterpoort Boys kwam in die bekerduels niet tot scoren en het scorend vermogen of misschien beter: het gebrek daaraan zou de ploeg ook in de competitie parten spelen. In elf wedstrijden trof men namelijk maar veertien keer doel en dat is eigenlijk te weinig om in de vierde klasse A een meer vooraanstaande rol op te eisen.

Niet minder
Naast het gebrek aan scorend vermogen speelde ook de factor geluk in de eerste seizoenshelft een rol. Zo verloor Waterpoort Boys van Makkum in een wedstrijd die eigenlijk geen winnaar verdiende, werd de ploeg in Easterein op de valreep een punt door de neus geboord en vielen in de thuiswedstrijd tegen Heeg niet alle arbitrale beslissingen – de rode kaart voor Orlando Pasveer werd later geseponeerd – in het voordeel van de Snekers uit. Overall was “de kudde van De Boer” niet minder dan de oppositie. Dat geeft vertrouwen voor de tweede seizoenshelft, waarin Waterpoort Boys toch – en zeker als men wat vaker de roos treft en het geluk iets meer aan zijn zijde heeft – bij machte moet zijn om de hiervoor genoemde doelstelling te realiseren. 


ONS Sneek o.23

​divisie 2F – zaterdag
Competitie: zevende plaats met 7 punten uit 14 duels (gedegradeerd)
​Beker: niet van toepassing

ONS Sneek o.23 was in de najaarsreeks van 2024-2025 tot twee speelronden voor het einde nog een titelkandidaat. Met een nederlaag in Putten bij Sterk Door Combinatie o.23 ging echter een streep door de Sneker titelaspiraties, waarna de ploeg van toenmalig trainer Friso Boscholoo dit voorjaar na een niet al te best begin een – overigens sterke – eindsprint nodig had om het verbod;lijf in divisie 2 met minimaal een half jaar te verlengen

Nogal wat plekken
Met Boschloo die in Leeuwarden als assistent-trainer bij eersteklasser Blauw Wit ’34 aan de slag ging, trok ook een aantal spelers – Jesper Bosma, Leon Bosma, Yazid Ismail, Damien Klaver en Geatan Sola – de deur van het Zuidersportpark achter zich dicht. Verder werden met verdediger Martijn van Beenen, doelman Max Buijse en middenvelder Amresh Choudhry drie spelers aan het keurkorps van hoofdtrainer Arnoud Koster toegevoegd, terwijl Sander van Netten gedurende dit najaar ook regelmatig door de hoofdtrainer werd opgeroepen. Kortom, er dienden nogal wat plaatsen opgevuld te worden en daarbij bleek het podium toch niet de magneetwerking te hebben, die men van een competitie op hoog niveau mocht verwachten.

Vuurdoop.
En dus moest er aan de Alexanderstraat – noodgedwongen – in eigen vijver gevist worden met als g4evolg dat Jeffrey van der Meer, de nieuwe trainer van ONS Sneek o.23, met een jong en grotendeels onervaren selectie de strijd moest aangaan/ Grotendeels, omdat spelers als Dylan van Es, David Loukiantchouk en Jurre Reitsma in de vorige reeks(en) al aan “het grote werk” hadden geroken en dus niet helmaal als groentje aan het nieuwe seizoen begonnen. Voor een aantal anderen werd het hun vuurdoop, waarbij sommigen moeit hadden om aan te haken maar waarbij “dur ok goedens waren” zoals Sven Popma, die het op her oog vrij natuurlijk en daardoor vrij gemakkelijk afging.

Pas in speelronde negen
Dat laatste vertaalde zich echter niet in resultaten, want de beloften gingen in de eerste acht duels acht keer de bietenbrug op en een aantal keren ook nog eens met een forse nederlaag. Pas in de negende speelronde kende de ploeg met een vier-één overwinning op titelkandidaat VRC de eerste succesbeleving. Nadat vervolgens van de latere kampioen DOVO werd verloren, deed men met een gelijkspel tegen Be Quick 1887 de rode lantaarn over aan Achilles E, dat eind november “op Zuid” op een kansloze zes-nulnederlaag werd getrakteerd.

Het lot van de ploeg van Van der Meer was toen al bezegeld en de nederlagen in de laatste twee speelronden tegen resp. SV Urk – overigens na een drie-nul voorsprong – en NEO deden er niet meer toe. De veilige zesde plek was toen al lang en breed uit zicht en dus rest voor de jonge Sneker ploeg niet anders dan uithuilen en opnieuw beginnen. Dat laatste gebeurt komend voorjaar in de derde divisie en met de ervaring van de voorbije maanden moet het dan iets minder jonge ONS Sneek o.23 dan in staat zijn om bovenin mee te draaien.

Share this article