Dit bericht is geschreven door de redactie van slotoffensief.limbointernational.dev/.
Het is vroeg op de avond wanneer we Sportpark Olpae betreden, het thuishonk van VV Oldeholtpade. De lucht is donker, de lichten staan al aan, en hoewel de schaduwen lang over het veld vallen, valt één ding meteen op: het gras van het hoofdveld ligt er strak en verzorgd bij. Een visitekaartje van de club. Achterin traint een jeugdteam; het ritme van passes en aanwijzingen verraadt dat de avond hier al in volle gang is.
Aan de andere kant van het veld zien we een man in trainingsbroek, pet op, grijzende baard. Hij is al druk bezig met het uitzetten van de pionnetjes. De boodschap is helder: deze trainer laat niets aan het toeval over.
We schudden hem de hand.De eerste kennismaking is een feit. We maken een paar foto’s rondom het Sportpark en lopen vervolgens met hem mee richting de kleedkamers, waar het verhaal achter deze gedreven trainer langzaam vorm krijgt.
Een leven lang tussen de lijnen
Theo begint te vertellen over zijn voetbal- en trainersloopbaan. Hij begon zijn voetbalcarrière in Oosterwolde en in zijn seniorenperiode kwam hij nog 6 jaar uit voor Harkemase Boys en Drachtster Boys en de laatste zeven à acht jaar voor DIO Oosterwolde. Fit is hij altijd gebleven, misschien wel noodzakelijk, gezien het leven dat hij opbouwde rondom sport.
Zijn eerste stappen in het trainersvak kwamen al vroeg. “Ik kwam op het CIOS terecht, in de laatste lichting van Foppe de Haan,” vertelt hij. “Ik was 16 of 17 toen ik voor het eerst trainingen gaf. En eerlijk gezegd: daar ben ik op een jaar na nooit meer mee opgehouden.’’
Als jonge speler trainde hij de jeugd van Oosterwolde. In zijn laatste actieve jaren werd hij speler/assistent bij het eerste elftal. Zijn eerste echte trainersbaan kwam daarna vanzelf op zijn pad.
Daarnaast runde hij tien jaar lang runde hij samen met een compagnon een voetbalschool op de velden van Drachtster Boys, overgenomen van niemand minder dan huidige Cambuurtrainer Henk de Jong en diens broer René. Toch heeft hij de voetbalschool niet meer. “Sinds twee jaar hebben we de voetbalschool verkocht. Maar het was een fantastische tijd.”
Een leven in trainingsbroek
Naast trainer is Theo sportdocent in Oosterwolde. Hij lacht wanneer hij zijn agenda omschrijft: “Ik weet niet beter, ik ben vergroeid met het voetbal. Overdag lesgeven, ’s avonds trainen, ondertussen hoofd jeugdopleiding bij SV Oosterwolde, waar zijn zoon en dochter spelen en dan ook nog hoofdtrainer van VV Oldeholtpade.’’
“Het is een prettige afwisseling,” legt hij uit. “Overdag werk je met jeugd op school, ’s avonds met spelers op een ander niveau. En je komt buiten Oosterwolde, dat vind ik ook fijn. Als Hoofd Jeugdopleiding heb je bovendien de kans om structureel iets achter te laten in het dorp. Je kunt sturing geven aan teamindelingen, trainers en beleidskeuzes. Omdat je veel ervaring hebt, probeer je dat goed neer te zetten voor je club en je dorp. Er zijn altijd dingen te verbeteren.
ODV: kampioen in het eerste jaar
De glans in zijn ogen wordt nog iets groter wanneer hij terugdenkt aan zijn beginperiode als hoofdtrainer. Theo zette zijn eerste stappen als hoofdtrainer bij ODV in Wijnjewoude, waar destijds zowel een zaterdag- als zondagteam was. “De zaterdagtak was altijd een beetje ondergesneeuwd,” blikt hij terug. “Ze benaderden me via via. We hadden een jonge groep en pakten meteen een periode én het kampioenschap. Dat gaf een enorme impuls aan de zaterdag. Het jaar erop hield het zondagteam op te bestaan. De voorzitter had een zoon bij het zaterdagteam én bij het zondagteam, maar hij was eigenlijk een zondagman. Toch was de keuze helder: de zaterdag ging leven.”
FC Oldemarkt: werken met een geweldige selectie
Na ODV volgde de overstap naar FC Oldemarkt, waar hij vier seizoenen bleef. Zijn hoogtepunt? “Ons laatste jaar. We pakten een periode, met een fantastische selectie. Dat was na de coronaperiode. Ik had aangegeven dat ik zou stoppen, maar trainers wisselden toen nauwelijks. Toen belden ze me op met de vraag of ik toch nog een seizoen hoofdtrainer wilde zijn. Dat deed ik en juist dat seizoen pakten we de periode.”

De gevoelige stap naar Oldeholtpade
De overstap naar VV Oldeholtpade was lokaal gezien pikant. “Oldemarkt en Oldeholtpade liggen elkaar niet zo lekker op voetbalgebied,” zegt hij met een glimlach. “Maar ik wist dat hier een talentvolle groep zat. Dat was mijn trigger. Je moet soms een stap zetten voor je sportieve ambities. En uitdagingen ga ik niet uit de weg. In het eerste jaar pakten we direct de eerste periode en daarmee nacompetitie. De laatste competitiewedstrijd verloren we net, anders waren we zelfs tweede geworden. Als nieuwkomer doe je het dan uitstekend. In de nacompetitie moesten we toen naar Haaksbergen tegen Bon Boys. Dat was een wereld van verschil. In die regio is zondagvoetbal nog veel groter dan hier. In het noorden wordt de poel van zondagclubs kleiner.
Naast ons zijn er nog maar twee Friese ploegen in de tweede klasse. De rest zit in andere provincies. Als club tikken we makkelijk 2.000 kilometer per seizoen weg. En toch spelen we nu alweer voor het vierde jaar in de tweede klasse.”
Een harde werkersmentaliteit
Theo is lovend over zijn huidige selectie. “Het zijn harde werkers,” zegt hij stellig. “Strijd leveren, mouwen opstropen, en op de goede momenten durven voetballen, dat kunnen ze. Toch merkt hij dat het dit seizoen lastiger is. “We missen Emiel de Vries heel erg. Dan lever je gewoon 20 goals en 20 assists in. Hij had dreiging en hield verdedigers altijd bezig. Hij ging naar Harkemase Boys, en dat is hem gegund, maar het scheelt ons enorm.”
Ook andere ervaren krachten vielen de afgelopen jaren weg, door leeftijd of omstandigheden. Maar Theo ziet ook dat er aanwas is uit de jeugd. ‘’Al merk je daarin nog dat zij soms wat zakelijker moeten zijn in het voetbal. En dan is er nog de opmerkelijke familielijn binnen het team. “Als ik wil, kan ik vijf keer ‘De Vries’ op het formulier zetten,” grapt Theo. “Maar nu zitten we met veel blessures, dus dat lukt niet eens.”
Dit seizoen blijft de doelstelling bescheiden maar helder. “In de competitie blijven. Dat is het belangrijkste,” besluit Theo.







