Daniel Bennik: “Tegen spelers zoals Altidore, Berghuis, Maher en Beerens te staan — dat vergeet je nooit meer.”

Door de modder, over het kunstgras en dwars door vijftien seizoenen heen. Als je het sportpark aan de Molenkrite in Sneek binnenloopt, is de kans groot dat je hem ooit hebt zien lopen. Daniel Bennik. Middenvelder. Motor. Stil gezicht van een ploeg die door de jaren heen alles zag veranderen — behalve de man die bleef.

“Ik weet dat ze het vaker zeggen,” lacht hij. “Maar Sneek Wit Zwart is een prachtige club met mooie mensen. Wij hadden ook altijd echt een prachtteam. Met passie, plezier en beleving zowel binnen als buiten het veld.”

“De overstap naar Sneek Wit Zwart volgde snel, na een traditionele oefenwedstrijd tegen SC Heerenveen.”

Kampioen worden en de derde helft

Wat begon als een keer meetrainen, werd een carrière. Eerst kwam hij uit voor Oeverzwaluwen, waar hij als zestienjarige debuteerde in het eerste elftal. De overstap naar Sneek Wit Zwart volgde snel, na een traditionele oefenwedstrijd tegen SC Heerenveen. “Inne Schotanus vroeg of ik mee wilde trainen. In het voorjaar van 2010 trainde ik één dag in de week mee. En toen we later dat seizoen tegen Leeuwarder Zwaluwen speelden, zag Johan Groote mij spelen. Die kende mij nog van onderlinge wedstrijden. Eén en één was twee.”

Wat hij toen nog niet wist, is dat hij vijftien jaar zou blijven. Vriendschappen zou sluiten. Kampioenschappen zou vieren. En ook zou leren wat het betekent om met z’n allen te verliezen — én weer op te staan. “We waren goed in de eerste en tweede helft, maar wonnen vaak ook de derde helft,” zegt hij met een knipoog. “Of het nou in de vijfde, vierde of hoofdklasse was — daar veranderde gek genoeg weinig in.”

“tegen spelers zoals Altidore, Berghuis, Adam Maher en Roy Beerens te staan — dat vergeet je nooit meer.”

Hoofdklasse, beker, herinneringen

Op de vraag wat hem het meest bijblijft, hoeft Bennik niet lang na te denken. “De twee kampioenschappen in de hoofdklasse. 2011/2012 en 2014/2015. Beide keren was het een tikkeltje onverwacht. Helemaal het eerste kampioenschap, omdat het jaar daarvoor veel van de oudere garde stopte.” Toch is er één avond die er écht uitspringt. “De bekerwedstrijd thuis tegen AZ. Die was magisch. Om dan tegen spelers zoals Altidore, Berghuis, Adam Maher en Roy Beerens te staan — dat vergeet je nooit meer.”

Een clubmens stopt niet, die verandert van plek

Na zoveel jaar in het eerste komt nu het afscheid. Althans, van het hoofdveld. Niet van de club. “Ik denk dat ik de kleedkamerhumor en de voetbaluitjes het meest ga missen. Dat maak je alleen mee in voetbalteams. En de zaterdagen natuurlijk — dat was altijd een mooie dag om naar uit te kijken. ”Maar een dinsdagavondtraining in januari, in de kou en de regen? “Die ga ik niet snel missen, haha.”

Hij blijft actief. Op vrijdagavond in de 7×7. “Daar sluit ik aan bij andere toppers die net zo lang of zelfs langer als mij bij het eerste hebben gespeeld. Zoals Freerk de Jong, Kevin Huitema en Thijs Goes.”

“Ondanks dat ik mijn laatste thuiswedstrijd al heb gehad, zou dit inderdaad de laatste (uit)wedstrijd kunnen zijn.”

Nog één keer vol gas

Er wacht nog één opdracht, nacompetitie. Misschien is aanstaande zaterdag wel zijn laatste wedstrijd. Sneek Wit Zwart staat in de halve finale van de nacompetitie tegen Heerenveense Boys. “Ondanks dat ik mijn laatste thuiswedstrijd al heb gehad, zou dit inderdaad de laatste (uit)wedstrijd kunnen zijn. We hebben de laatste tien competitiewedstrijden goed gedraaid. Dan is het prachtig om voor promotie te mogen spelen.”

En hoe hij de tegenstander inschat? Bennik is realistisch maar hoopvol. “Onze wedstrijden tegen Heerenveense Boys zijn nooit saai en staan meestal garant voor genoeg goals. Ze liggen ons goed, al hebben we ook wel een keer pak slaag gekregen. Maar wij zitten nu in een positieve flow met volop zelfvertrouwen. De Boys misschien wat minder. Dus ik verwacht een spectaculaire wedstrijd — en we gaan natuurlijk voor de winst.”

De stille kracht van Sneek

Hij was nooit de schreeuwlelijk. Nooit de man van de headlines. Maar altijd daar. In de opbouw, in de interceptie, in de lijn tussen verdediging en aanval. En straks — gewoon weer op de fiets naar het sportpark, maar dan op vrijdagavond.

Door de redactie van slotoffensief.limbointernational.dev/ geschreven

Share this article